BORSCHTSCH OP OEKRAÏNISCHE WIJZE
1½ pond mals soepvlees
1 ui
2 laurierbladeren
8 peperkorrels
zout
6 rode bieten
4 - 5 aardappelen
½ kleine witte kool
1 zeer kleine selderijknol
2 grote wortelen
2 appelen
2 handvol spinazie
1 eetlepel tomatenpuree
2 rauwe rode bieten
½ kop azijn
1 eetlepel suiker
2 - 3 eetlepels zure room
1 eetlepel bloem
GEHAKTBALLETJES
½ pond gehakt (half om half)
2 eetlepels zure room
1 ei
1 eetlepel paneermeel of 1 fijngestampte beschuit
1 geraspte ui
zout
peper
Breng het soepvlees met de ui, de laurierbladeren, de peperkorrels en wat zout in ruim water aan de kook en trek er een sterke bouillon van. Intussen begint u met de voorbereidingen: u raspt de 2 rauwe bieten, besprenkelt ze met azijn, bestrooit ze met de suiker en laat ze enige tijd trekken. (In Polen en in de Oekraïne laat men dit 24 uur lang op een warme plaats trekken en goed zuur worden.) Daarna hakt u de gekookte rode bieten goed fijn en snijdt u de wortelen, de selderijknol, de aardappelen en de appelen in reepjes van gelijke grootte. De witte kool snijdt u fijn en de spinazie maakt u op de gewone wijze schoon. Nu begint u aan de balletjes: het paneermeel of de fijngestampte beschuit wordt met de zure room en een weinig bouillon vochtig gemaakt, en met de geraspte ui, het ei, het gehakt en peper en zout naar smaak vermengd. In de bouillon die u inmiddels heeft gezeefd en weer aan de kook gebracht heeft doet u nu eerst de groenten. Wanneer alle groenten gaar zijn laat u een deegje dat u van 1 eetlepel bloem en een weinig water gemaakt heeft, in de soep druppelen. Nu volgen de gehaktballetjes ter grootte van een walnoot. Terwijl deze in de soep gaarkoken wrijft u de rauw-zure rode bieten door een fijne zeef en doet ze in de soepterrine. Nu voegt u er ook de tomatenpuree en twee of drie eetlepels zure room aan toe. Vermeng dit alles goed met elkaar en giet de kokendhete Borschtsch er al roerende overheen. Het soepvlees wordt er meestal apart, met mierik bij geserveerd.
4 personen
gebied : Oekraïne
gerechtsoort : soep
bron : De wereld a la carte : 160 Recepten uit 37 landen / Grete Willinski
zaterdag 9 november 2019
Viskoekjes van gerookte vis en pastinaak
VISKOEKJES VAN GEROOKTE VIS EN PASTINAAK
8 pastinaken, geschild, in stukken van 4 centimeter (600 gram)
120 milliliter olijfolie
560 gram gerookte kabeljauw of schelvisfilets, zonder vel en graten, in stukjes van 4 centimeter
20 gram dille, grofgehakt
20 gram bieslook, grofgehakt
2 tenen knoflook, fijngehakt
2 citroenen: haal er met een fijne rasp 2 theelepels schil af en snijd de citroenen in parten om bij de viskoekjes te geven
2 grote eieren, losgeklopt
40 gram boter
zout
peper
Verhit de oven tot 190°C.
Wentel de pastinaak door 3 eetlepels olijfolie en bestrooi met ¼ theelepel zout. Leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat en rooster ze 30 minuten in de oven tot ze goudbruin en gaar zijn. Mix de pastinaken in een keukenmachine tot een grove puree. Voeg als de puree heel droog aanvoelt 1 - 2 eetlepels water toe en mix weer tot alles is gemengd. Schep de puree in een grote kom en zet opzij.
Doe de vis in de keukenmachine (u hoeft deze niet eerst schoon te vegen) en schakel een paar keer kort de pulsknop in - de vis moet grofgehakt zijn en niet tot puree gedraaid. Doe de vis in de kom met de pastinaak, samen met dille, bieslook, knoflook, citroenrasp, eieren, 1 theelepel zout en royaal versgemalen peper. Meng alles goed en vorm er 12 koekjes van: maak ze 8 centimeter doorsnee en 2 - 3 centimeter dik. Zet de koekjes nu afgedekt in de koelkast tot u ze gaat bakken (maximaal 24 uur).
Doe de helft van de boter en de helft van de overgebleven olijfolie in een grote koekenpan en zet hem op halfhoog tot hoog vuur. Leg zodra de boter begint te schuimen de helft van de koekjes in de pan en bak ze 8 minuten, keer ze halverwege om tot ze knapperig en goudbruin zijn. Houd de koekjes warm terwijl u in de rest van de boter en olie de tweede helft bakt en dien ze op met een partje citroen erbij.
6 personen
gerechtsoort : visgerecht
bron : Simpel / Yotam Ottolenghi met Tara Wigley en Esme Howarth
8 pastinaken, geschild, in stukken van 4 centimeter (600 gram)
120 milliliter olijfolie
560 gram gerookte kabeljauw of schelvisfilets, zonder vel en graten, in stukjes van 4 centimeter
20 gram dille, grofgehakt
20 gram bieslook, grofgehakt
2 tenen knoflook, fijngehakt
2 citroenen: haal er met een fijne rasp 2 theelepels schil af en snijd de citroenen in parten om bij de viskoekjes te geven
2 grote eieren, losgeklopt
40 gram boter
zout
peper
Verhit de oven tot 190°C.
Wentel de pastinaak door 3 eetlepels olijfolie en bestrooi met ¼ theelepel zout. Leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat en rooster ze 30 minuten in de oven tot ze goudbruin en gaar zijn. Mix de pastinaken in een keukenmachine tot een grove puree. Voeg als de puree heel droog aanvoelt 1 - 2 eetlepels water toe en mix weer tot alles is gemengd. Schep de puree in een grote kom en zet opzij.
Doe de vis in de keukenmachine (u hoeft deze niet eerst schoon te vegen) en schakel een paar keer kort de pulsknop in - de vis moet grofgehakt zijn en niet tot puree gedraaid. Doe de vis in de kom met de pastinaak, samen met dille, bieslook, knoflook, citroenrasp, eieren, 1 theelepel zout en royaal versgemalen peper. Meng alles goed en vorm er 12 koekjes van: maak ze 8 centimeter doorsnee en 2 - 3 centimeter dik. Zet de koekjes nu afgedekt in de koelkast tot u ze gaat bakken (maximaal 24 uur).
Doe de helft van de boter en de helft van de overgebleven olijfolie in een grote koekenpan en zet hem op halfhoog tot hoog vuur. Leg zodra de boter begint te schuimen de helft van de koekjes in de pan en bak ze 8 minuten, keer ze halverwege om tot ze knapperig en goudbruin zijn. Houd de koekjes warm terwijl u in de rest van de boter en olie de tweede helft bakt en dien ze op met een partje citroen erbij.
6 personen
gerechtsoort : visgerecht
bron : Simpel / Yotam Ottolenghi met Tara Wigley en Esme Howarth
Hete geblakerde cherrytomaatjes met koude yoghurt
HETE GEBLAKERDE CHERRYTOMAATJES MET KOUDE YOGHURT
350 gram cherrytomaatjes
3 eetlepels olijfolie
¾ theelepel komijnzaad
½ theelepel lichtbruine basterdsuiker
3 tenen knoflook, in dunne plakjes
3 takjes tijm
5 gram oregano: laat 3 takjes heel en pluk de blaadjes van de overige 2 takjes
1 citroen: schaaf van de ene helft 3 repen gele schil af en rasp van de andere helft 1 theelepel schil af
350 gram extra dikke yoghurt Griekse stijl, direct uit de koelkast
1 theelepel Urfa-chilivlokken (of ½ theelepel gewone chilivlokken)
zeezoutvlokken
zwarte peper
Verhit de oven tot 200°C.
Doe de tomaten in een kom met de olijfolie, het komijnzaad, de suiker, knoflook, tijm, oreganotakjes, repen citroenschil, ½ theelepel zoutvlokken en royaal versgemalen peper. Meng alles goed en stort het geheel in een braadslee waar de tomaatjes in een enkele laag net in passen. Rooster ze 20 minuten tot er blazen ontstaan op het vel van de tomaatjes en de vloeistof borrelt. Schakel de oven uit en de grill aan en grill alles nog 6 - 8 minuten tot de bovenkant van de tomaatjes geblakerd is.
Roer terwijl de tomaten worden geroosterd de yoghurt glad met de citroenrasp en ¼ theelepel zeezout. Zet hem tot het serveren in de koelkast.
Strijk als de tomaatjes klaar zijn een dikke laag koude yoghurt op een ondiepe schaal (met een rand) of in een brede, ondiepe kom en maak met de bolle kant van een lepel een kuiltje in het midden. Schep de hete tomaatjes erin met het uitgelopen sap, de citroenschil, knoflook en kruiden en bestrooi met de geplukte oreganoblaadjes en chilivlokken. Serveer het gerecht meteen, met wat brood erbij.
4 personen
gerechtsoort : voorgerecht
bron : Simpel / Yotam Ottolenghi met Tara Wigley en Esme Howarth
350 gram cherrytomaatjes
3 eetlepels olijfolie
¾ theelepel komijnzaad
½ theelepel lichtbruine basterdsuiker
3 tenen knoflook, in dunne plakjes
3 takjes tijm
5 gram oregano: laat 3 takjes heel en pluk de blaadjes van de overige 2 takjes
1 citroen: schaaf van de ene helft 3 repen gele schil af en rasp van de andere helft 1 theelepel schil af
350 gram extra dikke yoghurt Griekse stijl, direct uit de koelkast
1 theelepel Urfa-chilivlokken (of ½ theelepel gewone chilivlokken)
zeezoutvlokken
zwarte peper
Verhit de oven tot 200°C.
Doe de tomaten in een kom met de olijfolie, het komijnzaad, de suiker, knoflook, tijm, oreganotakjes, repen citroenschil, ½ theelepel zoutvlokken en royaal versgemalen peper. Meng alles goed en stort het geheel in een braadslee waar de tomaatjes in een enkele laag net in passen. Rooster ze 20 minuten tot er blazen ontstaan op het vel van de tomaatjes en de vloeistof borrelt. Schakel de oven uit en de grill aan en grill alles nog 6 - 8 minuten tot de bovenkant van de tomaatjes geblakerd is.
Roer terwijl de tomaten worden geroosterd de yoghurt glad met de citroenrasp en ¼ theelepel zeezout. Zet hem tot het serveren in de koelkast.
Strijk als de tomaatjes klaar zijn een dikke laag koude yoghurt op een ondiepe schaal (met een rand) of in een brede, ondiepe kom en maak met de bolle kant van een lepel een kuiltje in het midden. Schep de hete tomaatjes erin met het uitgelopen sap, de citroenschil, knoflook en kruiden en bestrooi met de geplukte oreganoblaadjes en chilivlokken. Serveer het gerecht meteen, met wat brood erbij.
4 personen
gerechtsoort : voorgerecht
bron : Simpel / Yotam Ottolenghi met Tara Wigley en Esme Howarth
dinsdag 5 november 2019
Druivenschuitjes (Oost-Europa)
DRUIVENSCHUITJES
325 gram bloem
zout
175 gram boter
100 gram witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
2½ deciliter muskaatwijn
4 blaadjes witte gelatine
300 - 400 gram muskaatdruiven
60 - 100 gram suiker
enkele druppels citroenaroma
Doe 300 gram bloem met een flinke mespunt zout in de kom. Snijd daarin 150 gram boter in kleine stukken en voeg de basterdsuiker, de vanillesuiker en 3 eetlepels wijn toe. Kneed alles met koele handen tot een soepel deeg. Bestrijk 18 - 20 kleine ovale of ronde zandtaartvormpjes met de rest van de boter en stuif wat bloem in de vormpjes. Verwarm de oven voor op 190°C. Leg in elk vormpje een even grote portie deeg en druk dat tegen de bodem en de wand van de vormpjes. Zet die op de bakplaat en schuif die in het midden van de oven. Laat het deeg gaar en mooi van kleur worden. Week de gelatine in veel koud water. Was de druiven zeer goed, eerst met lauwwarm en daarna met koud water en neem de druiven van de steeltjes. Dep de druiven goed droog met keukenpapier of een doek. Verwarm in een kleine steelpan 6 eetlepels water. Knijp de gelatine uit en los die zeer goed in het water op, maar laat dat vooral niet koken. Schenk de rest van de wijn bij de gelatinevloeistof, voeg daaraan suiker en citroenaroma naar smaak toe. Zet het pannetje als de vloeistof geleiachtig begint te worden even op een warme plaats. Controleer of de deegbakjes gaar en mooi van kleur geworden zijn. Neem de zandtaartbakjes na even bekoelen uit de vormpjes. Vul die met druiven en schep, als het gebak bijna koud is, de wijngelei over de druiven. Serveer het gebak als de wijngelei stevig is geworden.
18 - 20 stuks
bereidings- / oventijd : 35 - 40 / 18 - 20 minuten
gebied : Oost-Europa
gerechtsoort : gebak
bron : De keuken van Rusland en de Balkan / Corri H. van Donselaat-Dijksterhuis
325 gram bloem
zout
175 gram boter
100 gram witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
2½ deciliter muskaatwijn
4 blaadjes witte gelatine
300 - 400 gram muskaatdruiven
60 - 100 gram suiker
enkele druppels citroenaroma
Doe 300 gram bloem met een flinke mespunt zout in de kom. Snijd daarin 150 gram boter in kleine stukken en voeg de basterdsuiker, de vanillesuiker en 3 eetlepels wijn toe. Kneed alles met koele handen tot een soepel deeg. Bestrijk 18 - 20 kleine ovale of ronde zandtaartvormpjes met de rest van de boter en stuif wat bloem in de vormpjes. Verwarm de oven voor op 190°C. Leg in elk vormpje een even grote portie deeg en druk dat tegen de bodem en de wand van de vormpjes. Zet die op de bakplaat en schuif die in het midden van de oven. Laat het deeg gaar en mooi van kleur worden. Week de gelatine in veel koud water. Was de druiven zeer goed, eerst met lauwwarm en daarna met koud water en neem de druiven van de steeltjes. Dep de druiven goed droog met keukenpapier of een doek. Verwarm in een kleine steelpan 6 eetlepels water. Knijp de gelatine uit en los die zeer goed in het water op, maar laat dat vooral niet koken. Schenk de rest van de wijn bij de gelatinevloeistof, voeg daaraan suiker en citroenaroma naar smaak toe. Zet het pannetje als de vloeistof geleiachtig begint te worden even op een warme plaats. Controleer of de deegbakjes gaar en mooi van kleur geworden zijn. Neem de zandtaartbakjes na even bekoelen uit de vormpjes. Vul die met druiven en schep, als het gebak bijna koud is, de wijngelei over de druiven. Serveer het gebak als de wijngelei stevig is geworden.
18 - 20 stuks
bereidings- / oventijd : 35 - 40 / 18 - 20 minuten
gebied : Oost-Europa
gerechtsoort : gebak
bron : De keuken van Rusland en de Balkan / Corri H. van Donselaat-Dijksterhuis
maandag 4 november 2019
Tongfiletschotel (Oost-Europa)
TONGFILETSCHOTEL
2 grote zeetongen of 8 tongfilets, scholfilets of schelvisfilets
1 kleine grofgesneden ui
1 gesnipperde wortel
enkele takjes peterselie of selderie
½ groentebouillontablet of 1 blokje
200 gram gepelde gekookte garnalen
80 gram boter
50 gram bloem
1/8 liter kookroom
50 gram geraspte pikante kaas
peper uit de molen
zout
Was de vissen, snijd het visvlees met een zeer scherp mes boven en onder de graat af, snijd de filets door en was de 8 filets nog eens. Was de koppen en graten en doe ze in een pan. Schenk 5 deciliter koud water in de pan en breng het water aan de kook, met de ui, de wortel, de peterselie en het halve bouillontablet. Laat het water 10 - 15 minuten zacht koken en schenk dan de bouillon door de zeef in een pan. Doe daar de visfilets in en leg een omgekeerd schoteltje op de filets om te verhinderen dat die omkrullen. Laat de vis 6 - 8 minuten bijna koken en gaar worden. Was de garnalen en laat die goed uitlekken. Beboter de ovenschaal. Schuif het rooster in het midden van de oven en verwarm deze voor op 220°C. Verwarm de rest van de boter in een steelpan, voeg de bloem toe en roer tot die enigszins gaar is. Roer de room door de boter met bloem en neem het pannetje even van het fornuis. Schep de tongfilets op een bord. Roer zoveel van de visbouillon door de dikke roomsaus tot die glad en goed vloeibaar is. Schep een bodem saus in de schaal, verdeel daar de garnalen en de tongfilets over. Roer de kaas door de rest van de saus en maak die pikant van smaak met peper en zout of soja en roer er zoveel visbouillon door tot de saus dik vloeibaar is. Verdeel de saus over de vis en de schaal en schuif die in de oven tot het gerecht door en door warm en mooi van kleur is geworden.
4 personen
bereidings- / oventijd : 35 - 40 / 15 - 20 minuten
gebied : Oost-Europa
gerechtsoort : visgerecht
bron : De keuken van Rusland en de Balkan / Corri H. van Donselaar-Dijksterhuis
2 grote zeetongen of 8 tongfilets, scholfilets of schelvisfilets
1 kleine grofgesneden ui
1 gesnipperde wortel
enkele takjes peterselie of selderie
½ groentebouillontablet of 1 blokje
200 gram gepelde gekookte garnalen
80 gram boter
50 gram bloem
1/8 liter kookroom
50 gram geraspte pikante kaas
peper uit de molen
zout
Was de vissen, snijd het visvlees met een zeer scherp mes boven en onder de graat af, snijd de filets door en was de 8 filets nog eens. Was de koppen en graten en doe ze in een pan. Schenk 5 deciliter koud water in de pan en breng het water aan de kook, met de ui, de wortel, de peterselie en het halve bouillontablet. Laat het water 10 - 15 minuten zacht koken en schenk dan de bouillon door de zeef in een pan. Doe daar de visfilets in en leg een omgekeerd schoteltje op de filets om te verhinderen dat die omkrullen. Laat de vis 6 - 8 minuten bijna koken en gaar worden. Was de garnalen en laat die goed uitlekken. Beboter de ovenschaal. Schuif het rooster in het midden van de oven en verwarm deze voor op 220°C. Verwarm de rest van de boter in een steelpan, voeg de bloem toe en roer tot die enigszins gaar is. Roer de room door de boter met bloem en neem het pannetje even van het fornuis. Schep de tongfilets op een bord. Roer zoveel van de visbouillon door de dikke roomsaus tot die glad en goed vloeibaar is. Schep een bodem saus in de schaal, verdeel daar de garnalen en de tongfilets over. Roer de kaas door de rest van de saus en maak die pikant van smaak met peper en zout of soja en roer er zoveel visbouillon door tot de saus dik vloeibaar is. Verdeel de saus over de vis en de schaal en schuif die in de oven tot het gerecht door en door warm en mooi van kleur is geworden.
4 personen
bereidings- / oventijd : 35 - 40 / 15 - 20 minuten
gebied : Oost-Europa
gerechtsoort : visgerecht
bron : De keuken van Rusland en de Balkan / Corri H. van Donselaar-Dijksterhuis
Abrikozenschoteltje (Roemenië)
ABRIKOZENSCHOTELTJE
1 kilogram goed rijpe abrikozen
150 gram bruine basterdsuiker
dunne schil van 1 goed geboende citroen
40 gram vlug kokende havermout
200 gram kwark
mespunt kaneelpoeder
mespunt geraspte nootmuskaat
amandelaroma
zout
40 gram boter
2 - 3 eetlepels paneermeel
Zet 4 mooie abrikozen apart. Laat de rest van de abrikozen ‘schrikken’ door ze met enkele stuks tegelijk eerst met kokend water en direct daarna met zeer koud water te overgieten. Pel de abrikozen en neem er de pit uit. Breng 4 deciliter water aan de kook met 3 eetlepels basterdsuiker en de citroenschil en laat de abrikozen daarin gaarkoken. Zet een zeef op een kom en giet de inhoud van de pan in de zeef. Maak het kooknat van de abrikozen weer warm. Strooi de havermout bij het kooknat en roer tot de havermout gaar is. Maak de gare abrikozen niet al te fijn; gebruik daarvoor een draaizeef met grove bodem of een snijmixer. Roer de stukjes abrikoos en de kwark door de havermoutpap en voeg daaraan naar smaak de rest van de basterdsuiker, de kaneel, de nootmuskaat, amandelaroma en enkele korrels zout toe. Bestrijk de ovenschaal met boter. Schuif het rooster even boven het midden in de oven en verwarm deze voor op 190°C. Schep de abrikozenpap in de ovenschaal, strooi daar een gelijkmatig laagje paneermeel op. Smelt de rest van de boter en verdeel deze over de ovenschaal. Laat de 4 apart gelegde abrikozen ‘schrikken’, pel en halveer de vruchten. Verwijder de pit en garneer de pap met de abrikozen. Zet het schaaltje in de oven tot het dessert mooi van kleur is geworden.
4 personen
bereidings- / oventijd : 20 - 25 / 20 - 25 minuten
gebied : Roemenië
gerechtsoort : nagerecht
bron : De keuken van Rusland en de Balkan / Corri H. van Donselaar-Dijksterhuis
1 kilogram goed rijpe abrikozen
150 gram bruine basterdsuiker
dunne schil van 1 goed geboende citroen
40 gram vlug kokende havermout
200 gram kwark
mespunt kaneelpoeder
mespunt geraspte nootmuskaat
amandelaroma
zout
40 gram boter
2 - 3 eetlepels paneermeel
Zet 4 mooie abrikozen apart. Laat de rest van de abrikozen ‘schrikken’ door ze met enkele stuks tegelijk eerst met kokend water en direct daarna met zeer koud water te overgieten. Pel de abrikozen en neem er de pit uit. Breng 4 deciliter water aan de kook met 3 eetlepels basterdsuiker en de citroenschil en laat de abrikozen daarin gaarkoken. Zet een zeef op een kom en giet de inhoud van de pan in de zeef. Maak het kooknat van de abrikozen weer warm. Strooi de havermout bij het kooknat en roer tot de havermout gaar is. Maak de gare abrikozen niet al te fijn; gebruik daarvoor een draaizeef met grove bodem of een snijmixer. Roer de stukjes abrikoos en de kwark door de havermoutpap en voeg daaraan naar smaak de rest van de basterdsuiker, de kaneel, de nootmuskaat, amandelaroma en enkele korrels zout toe. Bestrijk de ovenschaal met boter. Schuif het rooster even boven het midden in de oven en verwarm deze voor op 190°C. Schep de abrikozenpap in de ovenschaal, strooi daar een gelijkmatig laagje paneermeel op. Smelt de rest van de boter en verdeel deze over de ovenschaal. Laat de 4 apart gelegde abrikozen ‘schrikken’, pel en halveer de vruchten. Verwijder de pit en garneer de pap met de abrikozen. Zet het schaaltje in de oven tot het dessert mooi van kleur is geworden.
4 personen
bereidings- / oventijd : 20 - 25 / 20 - 25 minuten
gebied : Roemenië
gerechtsoort : nagerecht
bron : De keuken van Rusland en de Balkan / Corri H. van Donselaar-Dijksterhuis
Haas met wildsaus (Balkan)
HAAS MET WILDSAUS
1 panklare jonge haas van 1¼ - 1½ kilogram
de lever van de haas
100 gram kippenlevertjes
5 eetlepels slaolie of andere olie
100 gram kleingesneden vet rookspek
peper uit de molen
zout
50 gram boter
2 grote fijngesnipperde uien
1 teentje knoflook uit de knijper
200 gram zeer fijngesnipperde plokworst
4 eetlepels bloem
4 deciliter kippenbouillon van 1 tablet
citroenrasp
soja of aroma
1 bosje fijngehakte peterselie
Was de haas eerst met lauwwarm en daarna met koud water en hak de haas in stukken van ongeveer gelijke grootte. Dep het vlees droog met keukenpapier. Zet de levertjes tot het gebruik onder water. Verwarm 2 eetlepels olie, bak daarin het spek uit en braad onder geregeld keren de stukken haas even aan. Strooi dan peper en zout op het vlees. Doe de boter in de pan en bak daarin, als het schuim van de boter begint weg te trekken, de ui en de knoflook glazig. Draai de vlam of plaat laag, laat de haas in de gesloten pan sudderen. Snijd intussen de levertjes overlangs door en verwijder grote bloedvaten en velletjes. Was de stukjes lever nog eens en dep ze droog met keukenpapier. Verwarm de rest van de olie. Snijd de stukjes lever fijn en schep ze door de gesnipperde worst. Bak dit mengsel onder geregeld omscheppen in de olie mooi van kleur. Roer de bloem door de lever met worst. Verwarm de bouillon maar laat die niet koken en schenk, steeds roerende, de bouillon, door de lever met worst. Laat de bloem gaar worden. Proef de saus en voeg naar smaak citroensap en peper, zout of soja toe. Schep deze wildsaus over de stukken haas en laat het vlees verder gaar worden. Controleer dit na ongeveer 1½ uur. Het vlees is gaar, als het gemakkelijk van de botjes is te nemen. Schenk desgewenst nog wat warm water bij het gerecht, roer daar de peterselie door met naar smaak nog wat citroensap, peper en zout of soja.
4 - 8 personen
bereidingstijd : 2 uur
gebied : Balkan
gerechtsoort : vleesgerecht
bron : De keuken van Rusland en de Balkan / Corri H. van Donselaar-Dijksterhuis
1 panklare jonge haas van 1¼ - 1½ kilogram
de lever van de haas
100 gram kippenlevertjes
5 eetlepels slaolie of andere olie
100 gram kleingesneden vet rookspek
peper uit de molen
zout
50 gram boter
2 grote fijngesnipperde uien
1 teentje knoflook uit de knijper
200 gram zeer fijngesnipperde plokworst
4 eetlepels bloem
4 deciliter kippenbouillon van 1 tablet
citroenrasp
soja of aroma
1 bosje fijngehakte peterselie
Was de haas eerst met lauwwarm en daarna met koud water en hak de haas in stukken van ongeveer gelijke grootte. Dep het vlees droog met keukenpapier. Zet de levertjes tot het gebruik onder water. Verwarm 2 eetlepels olie, bak daarin het spek uit en braad onder geregeld keren de stukken haas even aan. Strooi dan peper en zout op het vlees. Doe de boter in de pan en bak daarin, als het schuim van de boter begint weg te trekken, de ui en de knoflook glazig. Draai de vlam of plaat laag, laat de haas in de gesloten pan sudderen. Snijd intussen de levertjes overlangs door en verwijder grote bloedvaten en velletjes. Was de stukjes lever nog eens en dep ze droog met keukenpapier. Verwarm de rest van de olie. Snijd de stukjes lever fijn en schep ze door de gesnipperde worst. Bak dit mengsel onder geregeld omscheppen in de olie mooi van kleur. Roer de bloem door de lever met worst. Verwarm de bouillon maar laat die niet koken en schenk, steeds roerende, de bouillon, door de lever met worst. Laat de bloem gaar worden. Proef de saus en voeg naar smaak citroensap en peper, zout of soja toe. Schep deze wildsaus over de stukken haas en laat het vlees verder gaar worden. Controleer dit na ongeveer 1½ uur. Het vlees is gaar, als het gemakkelijk van de botjes is te nemen. Schenk desgewenst nog wat warm water bij het gerecht, roer daar de peterselie door met naar smaak nog wat citroensap, peper en zout of soja.
4 - 8 personen
bereidingstijd : 2 uur
gebied : Balkan
gerechtsoort : vleesgerecht
bron : De keuken van Rusland en de Balkan / Corri H. van Donselaar-Dijksterhuis
Abonneren op:
Posts (Atom)